KNX: TP1-64 vs. TP1-256 transceivers
Er zijn momenteel 4 type KNX voedingen (Alle TP1-256):
- 160 mA (20160REG)
- 320 mA (20320REG)
- 640 mA (20640REG)
- 1280 mA (21280REG) zie kantekening bij kNX voedingen & kabel
KNX-componenten van het oudere ontwerp (type: TP1-64) waren op 64 KNX-deelnemers per lijnsegment beperkt.
Met KNX-lijnversterkers (max 3) en bijbehorende KNX-voedingen was het toegestaan om maximaal 256 deelnemers aan te sluiten in één lijn.

Figuur 1: oude configuratie met TP1-64 componenten
Met de moderne KNX-componenten (type TP1-256) is het mogelijk (door toepassing van speciale transceivers) direct maximaal 256 deelnemers in een lijn toe te passen. Zonder tussenkomst van systeem componenten.

Figuur 2: huidige configuratie met TP1-256 componenten
Zoals beschreven in de handleiding van de KNX Association (Deel 3, Systeemspecificaties), is onder bepaalde voorwaarden de combinatie van TP1-64 en TP1-256 in één lijn toegestaan.
Het toegestane maximum aantal van KNX-componenten per lijn resulteert uit:
- De overdrachtskarakteristiek Wt (TP1-64 of TP1-256)
- Het maximaal stroomverbruik van de betreffende deelnemers.
In een TP1-buslijn moet aan beide voorwaarden worden voldaan!
- Overdrachtskarakteristiek Wt:
De maximale waarde voor Wt van alle deelnemers in een lijn mag niet groter zijn dan 256.
In dit geval moet een TP1-64-apparaat worden berekend als vier TP1-256-componenten.
Voorbeeld (DLN = Busdeelnemer):
DLN1 = TP1-64
DLN2 = TP1-256
DLN3 = TP1-256
DLN4 = TP1-64
Dit resulteert in:
Wt = (DLN1 * 4) + (DLN2) + (DLN3) + (DLN4 * 4)
Wt = 10
Omdat Wt = 10 en kleiner is dan 256, is deze configuratie toegestaan.
- Stroomopname:
Het maximale stroomverbruik van een KNX-component wordt gemeten bij 24V nominale spanning. De som van de enkele stromen in een lijn (I₁ + I₂ + I₃ + …..) mag de toelaatbare totale nominale stroom (Inom) van de toegepaste KNX voeding niet overschrijden.
Voorbeeld (DLN = Busdeelnemer):
Uitgangspunt: KNX-voeding met een nominale stroom INom = 160 mA
DLN1 = stroomverbruik 10 mA
DLN2 = stroomverbruik 35 mA
DLN3 = stroomverbruik 12,5 mA
DLN4 = stroomverbruik 5 mA
Dit resulteert in:
Totaal stroomverbruik = (10 + 35 + 12,5 + 5) = 62,5 mA
Omdat het totale stroomverbruik 62,5 mA lager is dan de toegepaste KNX voeding 160 mA, is deze configuratie toegestaan.
- TP1-256 componenten:
Bijna alle Jung KNX componenten zijn TP1-256! Met uitzondering van de volgende componenten: (uitgegaan van het huidige artikelbestand)
| Artikel nr TP1-64: | Omschrijving: |
| 2131.16UP | KNX schakelactor 1 voudig 16 A met binaire ingang |
| 2132.6UP | KNX schakelactor 2 voudig 6 A met binaire ingang |
| 2531UP | KNX inbouw jaloezie/verwarming combi actor met binaire ingang (V03 en hoger is TP1-256) |
| 2501UP | KNX jaloezieactor 1 voudig met binaire ingang (V03 en hoger is TP1-256) |
| 2501HZUP | KNX verwarmingsactor 1 voudig met binaire ingang (V03 en hoger is TP1-256) |
| CO2 xx 2178 xx | KNX CO2sensor |
| 2178 | KNX thermostaat |
| 2178 TS | KNX thermostaat met binaire ingang |
| 2178 ORTS | KNX objectregelaar met binaire ingang |
| 4093 KRMTSD | KNX Compact ruimtecontroller |
| 2224WH | KNX weerstation home |
- KNX voedingen & -kabel:
De gecertificeerde KNX kabel is gespecificeerd voor – en getest met een maximale stroom van 3 A.
Deze waarde mag niet worden overschreden, zelfs niet in geval van kortsluiting!
Om deze reden is het niet toegestaan om de 1280 mA KNX parallel te schakelen.
De overige voedingen mogen parallel geschakeld worden, mits de voedingen van het zelfde fabricaat en type zijn.
De reden om twee voedingen parallel te schakelen kan zijn voor redundantie of om de nominale stroom te verhogen.
Nog even de kabellengte’s en afstanden:
- 1000 Meter per lijnsegment
- 350 Meter tussen de voeding en de eerste busdeelnemer
- 700 Meter tussen twee KNX busdeelnemers
Het is niet meer noodzakelijk om ‘minimaal 200 meterbuskabel’ tussen beide voedingen te hanteren.




