Wat is het verschil tussen de laadmodus 1, 2 en 3?

Modus 1
staat voor het laden vanaf een contactdoos tot max. 16A 1- of 3-fase zonder communicatie met het voertuig. De aansluiting op het energienet gebeurt via in de handel verkrijgbaar, genormeerd contactmateriaal, dat via een aardlekschakelaar beveiligd dient te zijn.
Dit is echter niet te controleren voor de berijder. Dit is ook de reden dat Mennekes en vele automobielfabrikanten deze vorm van laden niet ondersteunen.

Modus 2
staat voor het laden vanaf een contactdoos tot max. 32A 1-fase of 3-fase met een, in de kabel geïntegreerde, InCableControlBox voor de stuur- en beschermingsfuncties.
De aansluiting op het energienet gebeurt via in de handel beschikbaar genormeerd contactmateriaal. Ook hier begrenzen automobielfabrikanten de mogelijkheden en is de maximale laadstroom lager als wat de norm toelaat.

Modus 3
staat voor het laden aan laadstations met een speciale laadinrichting conform IEC 61851. Voor het laadstation zijn PWM-communicatie, aardlekschakelaar, installatieautomaat en relais voorgeschreven.
De aardlekschakelaar en installatieautomaat kunnen eventueel ook in de voedende verdeler worden opgenomen. In modus 3 kan het voertuig tot max. 63A 3-fase geladen worden. Dit is echter afhankelijk van de maximale laadstroom van het laadpunt en het voertuig. Het voertuig bepaalt zelf de laadstroom binnen de grenzen van de opgelegde maximale laadstroom van het laadpunt.

Print pagina

Terug naar de FAQ van MENNEKES
Heeft u andere vragen?
071 341 9009